Per 1 januari 2027 treedt de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) in werking. Met deze wet introduceert de wetgever een verplicht toelatingsstelsel voor ondernemingen die arbeidskrachten ter beschikking stellen aan derden.
De WTTA heeft verstrekkende gevolgen voor uitzendbureaus, detacheerders, payrollondernemingen, doorleners én organisaties die personeel inhuren. Dus ook ondernemingen die sporadisch / als nevenactiviteit werknemers ter beschikking stellen! De daadwerkelijke handhaving start per 1 januari 2028.
De komende periode is daarom cruciaal om vast te stellen of uw organisatie onder de reikwijdte van de WTTA valt en welke voorbereidingen nodig zijn om tijdig te voldoen aan de nieuwe verplichtingen.
Wat regelt de WTTA?
De WTTA wijzigt onder meer de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI) en introduceert een systeem waarbij uitleners alleen nog actief mogen zijn als zij vooraf zijn toegelaten door de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU).
De kern van het stelsel is dat:
Het doel van de wet is het tegengaan van misstanden op de uitleenmarkt, het verbeteren van arbeidsvoorwaarden en het creëren van een gelijk speelveld voor bonafide ondernemers. Het raakt echter alle ondernemingen en instellingen die personeel in- en of uitlenen.
Wanneer is sprake van terbeschikkingstelling?
De WTTA sluit aan bij het bestaande Waadi‑begrip van terbeschikkingstelling. Daarvan is sprake indien werknemers arbeid verrichten onder leiding en toezicht van een derde. Dit criterium is beslissend voor de vraag of een onderneming onder het toelatingsstelsel valt.
Onder de wet vallen onder andere:
Van belang is dat de feitelijke uitvoering doorslaggevend is. Ook wanneer contractueel wordt gesproken over “onderaanneming”, kan in de praktijk alsnog sprake zijn van terbeschikkingstelling als het leiding‑ en toezichtcriterium bij de opdrachtgever ligt.
Vrijstellingen en ontheffingen
Niet iedere vorm van personeelsinzet valt automatisch onder de WTTA. Zo is onderaanneming buiten de reikwijdte van de wet, mits de werkzaamheden daadwerkelijk zonder leiding en toezicht van de opdrachtgever worden uitgevoerd. Tevens voor Intraconcern-uitleen en collegiale uitleen zonder winstoogmerk, is geen toelating nodig. In het gepubliceerde concept besluit wordt verder ingegaan op de (loon)kosten bij collegiale uitleen, waarbij uitgegaan wordt van brutoloonkosten voor de werkgever inclusief maximaal 5% kostenvergoeding.
Daarnaast kent de wet een ontheffingsmogelijkheid voor beperkte uitleen. Ondernemingen die slechts in beperkte mate arbeidskrachten ter beschikking stellen, kunnen een ontheffing aanvragen indien:
Voor deze ontheffing is een accountantsverklaring vereiste en dient een aanvraag te worden gedaan.
Tijdspad en overgangsregeling
De invoering van de WTTA verloopt gefaseerd:
Voorwaarden voor toelating
Voor toelating moet de uitlener aantonen dat hij zijn verplichtingen structureel naleeft. De WTTA werkt met een normenkader (Vergelijkbaar met de NEN-4400), dat via ministeriële regeling wordt vastgesteld. Dit normenkader bevat onder meer eisen ten aanzien van:
Inspecties worden uitgevoerd door erkende inspectie‑instellingen, die onder toezicht staan van de overheid.
Waarborgsom en betrouwbaarheidstoets
Een belangrijk onderdeel van de WTTA is de financiële zekerheidsstelling. In beginsel moet een uitlener een waarborgsom van € 100.000 stellen. Voor startende ondernemingen geldt een lagere waarborgsom van € 50.000, gevolgd door aanvulling na voorlopige toelating.
Voor bestaande ondernemingen die aantoonbaar al jarenlang compliant opereren, voorziet de wet in een overgangsregeling waarbij geen waarborgsom verschuldigd is, mits onder meer:
De financiële zekerheidsstelling komt onder voorwaarden na vier jaar te vervallen.
Belangrijk voor bestaande uitleners: wie op de invoeringsdatum al minimaal 4 jaar actief is, correct in de KvK staat geregistreerd én een ‘schone verklaring’ van de Belastingdienst kan overleggen hoeft niet te voldoen aan de financiële zekerheidsstelling.
Relatie met SNA en NEN 4400
Het bestaande SNA‑keurmerk (NEN 4400‑1/2) blijft een belangrijke rol spelen binnen het WTTA‑stelsel. Een geldig SNA‑keurmerk kan worden gebruikt bij de toelatingsaanvraag.
Wel verschilt de focus:
Hiermee vormt SNA een logische voorloper, maar geen volledige vrijwaring onder de WTTA.
Hoe nu verder?
De WTTA markeert een fundamentele verandering van de Nederlandse uitleenmarkt. Voor uitleners betekent dit een intensieve toets vooraf en structureel toezicht daarna. Voor inleners brengt de wet een expliciete verantwoordelijkheid mee om uitsluitend met toegelaten partijen samen te werken. Gezien het gefaseerde tijdpad en de omvang van de vereisten is het raadzaam nu al te starten met de voorbereidingen:
Tijdige analyse en inrichting van processen voorkomt dat uw organisatie per 2027 of 2028 wordt geconfronteerd met stillegging, boetes of aansprakelijkheidsrisico’s.