Sinds 1 januari jl. is de wet op de Omzetbelasting uitgebreid met het begrip ‘ kostbare investeringsdiensten aan onroerende zaken’.[1] De wet-/regelgeving van het Btw-compensatiefonds (BCF) was hierop nog niet aangepast, waardoor voor gemeenten en provincies lastige situaties kunnen ontstaan. Deze omissie wordt nu hersteld en ons kosteloos te gebruiken herzieningsmodel wordt hierop zo snel mogelijk uitgebreid. Tegelijkertijd zijn er nog de nodige vragen en onduidelijkheden omtrent de reikwijdte van deze diensten en verdient het aanbeveling hierover afspraken met de eigen inspectie te maken.
Wijziging Uitvoeringsregeling BCF
Per 1 april a.s. wordt de uitvoeringsregeling BCF uitgebreid met het begrip “investeringsdienst”. Door verwijzing naar de Wet OB, betreft dit kort gezegd een dienst van tenminste € 30.000 (excl. btw) aan één of meer onroerende zaken die deze meerjarig dient, inclusief materialen, installaties etc., die na installatie als onroerend kwalificeren.
Provincies en gemeenten kennen naast btw-belaste en -vrijgestelde prestaties, ook prestaties waarvoor zij recht op btw-compensatie hebben (handelen als overheid of als niet-ondernemer). Het provincie- of gemeentehuis wordt logischerwijs voor alle drie soorten activiteiten gebruikt. Om de aftrek en compensatie van btw te bepalen op de kosten die aan het provincie-gemeentehuis worden gemaakt, wordt gebruik gemaakt van een mengpercentage met drie labels: aftrek, compensatie en kostprijsverhogend (gezamenlijk 100%). Ingeval sprake is van een kostbare dienst aan het provincie-/gemeentehuis – bijvoorbeeld groot onderhoud – dient dit mengpercentage te worden toegepast. Vanaf 1 april gelden hiervoor ook de herzieningsregels: een wijziging in het mengpercentage zou moeten leiden tot correctie van de in aftrek gebrachte, c.q. gecompenseerde btw, alsof sprake is van ‘communicerende vaten’.
Ons bestaande herzieningsmodel passen wij hierop aan en is vervolgens kosteloos te gebruiken voor onze relaties. Neem hiervoor gerust contact met ons op.
Overigens bestaan er wat ons betreft nog wel de nodige vragen. Onduidelijk is bijvoorbeeld hoe moet worden omgegaan met wijzigingen van minder dan 10%.[2] Stel: het mengpercentage bij een provincie of gemeente wijzigt van 90%-5%-5% (compensatie, aftrek en kostprijsverhogend) naar 89%-6%-5%.
Het recht op aftrek neemt verhoudingsgewijs toe met 20% (van 5% naar 6%), dus reden voor herziening: in dit geval aanvullende aftrek. Echter, het compensabel gebruik wijzigt met 1/90, dus ruimschoots minder dan 10%. Strikt genomen dus geen reden voor herziening. Hoewel dit niet de bedoeling lijkt, heeft de wetgever hiermee vooralsnog geen rekening gehouden.
Daarnaast zien we nog onduidelijkheden rondom de reikwijdte van het begrip ‘investeringsdienst’. Kort gezegd kan het alleen gaan om diensten aan onroerende zaken met dezelfde kenmerken (art. 190 BTW-richtlijn). Op grond van jurisprudentie – waarnaar ook in de Memorie van Toelichting wordt verwezen – zou het daarbij ook moeten gaan om “kosten die normaliter niet als lopende uitgaven worden geboekt, maar waarop over meerdere jaren wordt afgeschreven”. Op grond van het BBV mag niet worden afgeschreven op klein en groot onderhoud.[3] Dit roept de vraag op, of in zoverre wel sprake is of kan zijn van een investeringsdienst.
Ook zien we in de praktijk dat het voor veel instellingen – met name als sprake is van een relatief grote vastgoedportefeuille – nog niet zo eenvoudig is om voldoende inzicht te krijgen in de bij hen spelende investeringsdiensten. Dit zal naar verwachting bij gemeenten en provincies niet anders zijn. Het verdient dan ook aanbeveling om met eigen inspectie nadere afspraken te maken hoe hiermee in de praktijk om te gaan. Temeer, omdat hierbij eigenlijk nooit sprake zal zijn van het risico van constructies, die de wetgever met deze regeling probeert te bestrijden.
Het is belangrijk om tijdig aan de slag te gaan met dit nieuwe onderwerp. Op deze wijze worden eventuele aandachtspunten snel inzichtelijk. Vanzelfsprekend kunnen wij uw organisatie hierin begeleiden en is onder andere het door ons ontwikkelde herzieningsmodel beschikbaar om de btw-gevolgen snel en overzichtelijk in beeld te brengen.