Het Hof van Justitie van de EU (HvJ EU) heeft op 22 januari 2026 een belangrijke uitspraak gedaan over de koepelvrijstelling (art. 132(1)(f) Btw‑richtlijn). Het Hof bevestigt dat lidstaten de vrijstelling niet mogen beperken met nationale regels die het doel van de regeling uithollen. Deze uitspraak biedt daarmee nieuwe kansen voor samenwerkingsverbanden in onder meer zorg, onderwijs, woningcorporaties en andere organisaties van algemeen belang zoals gemeenten en provincies.
Wat was de kern van de zaak?
De uitspraak betrof twee Spaanse samenwerkingsverbanden die schoonmaakdiensten leverden aan hun leden. De Spaanse belastingdienst weigerde toepassing van de koepelvrijstelling omdat:
Het HvJ EU kreeg vervolgens de vraag of algemene diensten zoals schoonmaak, ICT of administratie ook onder de koepelvrijstelling kunnen vallen en hoe het criterium ‘verstoring van de mededinging’ moet worden toegepast. De belangrijkste overwegingen van het HvJ EU hierin zijn:
De vrijstelling geldt wanneer de dienst direct nodig is voor de btw‑vrijgestelde activiteiten van de leden. Het Hof maakt duidelijk dat diensten hiervoor niet per sé onontbeerlijk of exclusief aan die vrijgestelde activiteiten verbonden hoeven te zijn. Dat betekent dat ook algemene diensten, zoals schoonmaak, ICT‑ondersteuning of administratie, dus wél onder de koepelvrijstelling kunnen vallen wanneer ze direct bijdragen aan de vrijgestelde activiteiten. bijvoorbeeld wanneer organisaties te maken hebben met strikte hygiëne‑ of kwaliteitsvereisten. Het hof noemt hierbij expliciet zowel zorg- als onderwijsinstellingen als voorbeeld.
Het is niet toegestaan dat lidstaten categorieën van diensten bij voorbaat uitsluiten zelfs niet op basis van een algemeen vermoeden van mededingingsverstoring. De vrijstelling mag ook niet worden geweigerd alleen omdat een dienst ook door niet‑leden kan worden afgenomen.
Het Hof benadrukt dat lidstaten uitsluitend aanvullende voorwaarden mogen stellen voor zover deze het doel van de regeling niet frustreren. Een vrijstelling beperken via algemene verboden of te strikte nationale criteria is dus in strijd met EU‑recht.
Gevolgen voor Nederlandse organisaties
In Nederland worden bepaalde diensten standaard uitgesloten, zoals: ICT‑ontwikkeling en systeembeheer, vastgoedbeheer, administratieve ondersteuning, expertisediensten en detachering van personeel. De uitspraak van het HvJ EU zet deze categorische uitsluitingen met sterke argumenten ter discussie. Eerder heeft het Hof Arnhem‑Leeuwarden al geoordeeld dat Nederlandse uitsluitingen in strijd zijn met EU‑regels. Met de nieuwe uitspraak lijkt die lijn opnieuw bevestigd. Dit betekent dat (mogelijk) meer diensten dan voorheen in aanmerking kunnen komen voor de koepelvrijstelling, mits ze direct nodig zijn voor de vrijgestelde activiteiten van de leden.
Impact voor uw organisatie?
Toepassing van de koepelvrijstelling kent twee grote voordelen:
1. Het voorkomt dat het samenwerkingsverband btw moet berekenen aan haar leden die niet of slechts beperkt btw in aftrek kunnen brengen.
Deze uitspraak raakt dan ook vrijwel alle (semi-)publieke sectoren, zoals zorg, onderwijs, woningcorporaties en overheden Wij helpen u graag bij de volgende stappen::
De praktijk vraagt per situatie om een zorgvuldige beoordeling, maar de ruimte voor toepassing van de koepelvrijstelling is duidelijk groter geworden. Maakt u op dit moment gebruik van de koepelvrijstelling, of wilt u naar aanleiding van dit arrest de mogelijkheden verkennen dan staan wij voor u klaar. Neemt u dan gerust contact op met uw vaste contactpersoon, onze btw-specialisten, of stuur een bericht naar [email protected], dan nemen wij contact met u op.