Nieuwe pseudo-eindheffing op fossiele auto's: definitie van woon-werkverkeer

Het Belastingplan 2026 introduceert per 1 januari 2027 een nieuwe pseudo-eindheffing van 12% voor werkgevers die een fossiele personenauto aan een werknemer ter beschikking stellen voor privégebruik. Daarbij wordt woon-werkverkeer voor deze regeling gezien als privégebruik. Zie ook hier ons eerdere artikel over dit onderwerp.

Wat is er nu nieuw?

Recent heeft het kabinet via een internetconsultatie een nadere invulling gegeven aan het begrip woon-werkverkeer. Daarbij staat de vraag centraal wanneer sprake is van een vaste werkplek, omdat het reizen tussen het woon/verblijfadres en de vaste werkplek als woon-werkverkeer wordt beschouwd voor deze regeling.

Volgens het voorstel is onder meer sprake van een vaste werkplek als:

  • De werkgever daar is gevestigd;
  • De werkgever de locatie heeft aangewezen als werkplek; of
  • Een werknemer daar minimaal 40 dagen per kalenderjaar werkzaamheden verricht.

Waarom leidt dit tot discussie?

De voorgestelde regeling moet voor meer duidelijkheid zorgen, maar verschillende belangenorganisaties wijzen erop dat juist nieuwe vragen ontstaan. Zowel het Register Belastingadviseurs (RB) als de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) vragen aandacht voor de uitvoerbaarheid van de regeling. Zij vrezen dat werkgevers extra administratieve gegevens moeten gaan bijhouden om vast te stellen of een locatie als vaste werkplek kwalificeert. Met name bij projecten, bezoek aan klanten en werknemers met wisselende werkplekken zal registratie van dit nieuwe criterium veel werk opleveren. Dit staat haaks op de forfaitaire regeling die geldt in de btw voor de correctie privégebruik, die juist is ingevoerd vanwege deze administratieve lasten.

De voorgestelde 40-dagenregel kan ook voor verwarring zorgen in de praktijk. Werkgevers hebben nu al te maken met verschillende fiscale regelingen waarin het aantal werk-, reis- of thuiswerkdagen een rol speelt. De introductie van opnieuw een dagencriterium, met tegelijkertijd een verwijzing naar de definitie in de omzetbelasting, maakt de beoordeling van woon-werkverkeer niet eenvoudiger.

Hoe nu verder?

De consultatiefase is afgelopen en verschillende partijen hebben om verduidelijking gevraagd. Het is afwachten hoe de wetgever daarop gaat reageren. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet en informeren u zodra meer duidelijkheid bestaat over de definitieve uitwerking.

Wat kan een werkgever nu al doen?
De exacte gevolgen van de pseudo-eindheffing verschillen per organisatie. Het is daarom verstandig om tijdig in kaart te brengen of de pseudo-eindheffing impact kan hebben op uw wagenpark en welke acties eventueel nodig zijn om uw processen, administratie of mobiliteitsbeleid daarop voor te bereiden. Daarbij geldt onder voorwaarden nog overgangsrecht tot 1 januari 2031. Het voorgaande heeft ook geen impact op elektrische personenauto’s danwel bestelauto’s.


deel deze pagina
Naar het overzicht
  • Home
  • Nieuws
  • Nieuwe pseudo-eindheffing op fossiele auto's: definitie van woon-werkverkeer