De werkkostenregeling (WKR) werkt, maar eenvoudig is anders. Dat is de belangrijkste conclusie van een evaluatie van SEO Economisch Onderzoek in 2025. Het kabinet is het daarmee eens en wil de regeling minder ingewikkeld maken.
De eerste wijziging staat al vast: de vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten verdwijnt per 1 januari 2027. Volgens SEO sluit de regeling niet aan bij het doel van de WKR, omdat geen sprake is van zakelijke kosten en een actueel maatschappelijk doel ontbreekt. Het kabinet neemt deze aanbeveling over. Kortingen kunnen na afschaffing nog steeds via de vrije ruimte worden verstrekt, terwijl de administratieve lasten voor werkgevers afnemen.
Verder liggen er nog verschillende voorstellen op tafel. Zo bekijkt het kabinet in de augustusbesluitvorming of:
Ook de mogelijkheid van een gerichte vrijstelling voor de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en de aflossing van studieschuld hebben de aandacht van het kabinet. Daarbij is echter niet de verwachting dat dit direct tot aanpassing van de werkkostenregeling leidt. Voor HR, Salarisadministratie en Finance is dit een onderwerp om de komende maanden in de gaten te houden.
Verder geeft de staatssecretaris aan dat naar aanleiding van de evaluatie, gesprekken zijn gevoerd met verschillende stakeholders. Ook collega’s van Publiq zijn aangesloten bij gesprekken met de Belastingdienst, om input te leveren aan verdere vereenvoudiging van de WKR.
Zoek jij naar meer verdieping in de WKR? Volg dan één van onze Publiq Academy trainingen. Op 10 september zijn we in Den Bosch om je meer over de WKR te leren.
Hieronder hebben we voor de volledigheid alle twaalf de aanbevelingen van SEO en de kabinetsreactie op elke aanbeveling opgenomen:
| SEO adviseert de hogere eerste schijf van de vrije ruimte af te schaffen, omdat het voordeel niet uitsluitend bij kleinere werkgevers terechtkomt en daardoor minder doelmatig is dan beoogd. Het kabinet onderschrijft deze analyse, maar wijst erop dat een alternatief dat alleen het mkb bevoordeelt mogelijk staatssteun oplevert. Het voorstel wordt betrokken bij de augustusbesluitvorming. |
| De vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten wordt per 1 januari 2027 afgeschaft. Volgens SEO sluit de regeling niet aan bij het doel van de WKR, omdat geen sprake is van zakelijke kosten en een actueel maatschappelijk doel ontbreekt. Het kabinet neemt deze aanbeveling over. Kortingen kunnen na afschaffing nog steeds via de vrije ruimte worden verstrekt, terwijl de administratieve lasten voor werkgevers afnemen. |
| Het kabinet ziet hiervoor geen aanleiding en vindt de huidige wettelijke voorwaarden voldoende duidelijk. Wel zal de Belastingdienst de bestaande toelichting in het Handboek Loonheffingen extra onder de aandacht brengen van werkgevers. |
| Het kabinet wil geen algemene nieuwe vrijstelling invoeren, omdat dit nieuwe afbakeningsvraagstukken oproept en veel beroepskosten al onder bestaande vrijstellingen vallen. Wel onderzoekt het kabinet of specifiek voor bestuurdersaansprakelijkheidsverzekeringen een gerichte vrijstelling mogelijk is. Wanneer dat onderzoek start, staat niet in de kabinetsreactie. |
| Volgens SEO sluit de regeling minder goed aan bij de huidige arbeidsmarkt en komt het fiscale voordeel vooral terecht bij relatief welvarende werknemers. Het kabinet betrekt de aanbeveling bij de augustusbesluitvorming. Als de vrijstelling vervalt, zouden jubileumuitkeringen bij 25 en 40 jaar fiscaal hetzelfde worden behandeld als de huidige uitkeringen bij 12½ en 50 jaar diensttijd. |
| Werkgevers ervaren het aanwijzen van vergoedingen en verstrekkingen als eindheffingsloon als complex. SEO adviseert daarom meer praktijkvoorbeelden op te nemen in het Handboek Loonheffingen. Het kabinet neemt deze aanbeveling over en werkt samen met de Belastingdienst aan aanvullende voorbeelden. Daarnaast onderzoekt het kabinet of voor gerichte vrijstellingen de aanwijzingsverplichting mogelijk geheel kan vervallen. |
| Het kabinet neemt deze aanbeveling niet over. Het kabinet vindt algemene indexatie van de huidige doelmatigheidsgrens minder passend en wil een alternatief uitwerken. |
| Volgens SEO vermindert dit de administratieve lasten. Het kabinet staat hier positief tegenover, maar onderzoekt eerst mogelijke neveneffecten, waaronder uitruilconstructies, gevolgen voor CO₂-uitstoot en de bereikbaarheid van werklocaties. Besluitvorming volgt bij de augustusbesluitvorming. |
| Het kabinet ziet hiervoor geen aanleiding. Volgens het kabinet sluit het huidige forfait voor 2026 aan bij de door het Nibud berekende thuiswerkkosten en is de bestaande indexatiemethode passend. |
| Het kabinet neemt deze aanbeveling expliciet over en roept ook de Tweede Kamer op terughoudend te zijn met het toevoegen van nieuwe beleidsdoelstellingen aan de WKR. |
| Het kabinet neemt deze aanbeveling over en onderzoekt of het tarief beter kan aansluiten bij de actuele gemiddelde marginale belastingdruk. Daarbij wordt ook gekeken of een aanpassing kan bijdragen aan het verminderen van tariefarbitrage en de complexiteit van het gebruikelijkheidscriterium. De uitkomst wordt betrokken bij de augustusbesluitvorming. |
| Het kabinet neemt deze aanbeveling over en wil via onder meer het Ondernemersplein meer aandacht besteden aan de WKR en de toepasselijke regels. |