In het Belastingplan 2027 worden beperkte relevante wijzigingen in de indirecte belastingen voorgesteld. Hierna gaan wij in op de meest in het oog springende voorstellen voor de overdrachtsbelasting en de omzetbelasting.
Overdrachtsbelasting
In de overdrachtsbelasting geldt onder voorwaarden een vrijstelling van overdrachtsbelasting bij een taakoverdracht tussen twee algemeen nut beogende instellingen (ANBI). Woningcorporaties kunnen een ANBI zijn, als zij aan de voorwaarden voldoen. Van een taakoverdracht is sprake als er een taak in de sfeer van het algemeen nut of in het kader van de verenigingsactiviteiten wordt overgedragen. Hoewel we de afgelopen tijd meerdere keren gerechtelijke uitspraken hebben gezien waarin deze vrijstelling door een woningcorporatie mocht worden toegepast, blijkt uit onderzoek dat de vrijstelling niet voldoende aansluit bij de praktijk.
Daarom wordt nu voorgesteld om per 1 januari 2027 in de overdrachtsbelasting een nieuwe vrijstelling op te nemen gericht op overdrachten van onroerende zaken tussen woningcorporaties onderling. Het gaat daarbij alleen om onroerende zaken die woningcorporaties nodig hebben om bepaalde diensten van algemeen economisch belang (hierna: DAEB) te verrichten. Ook (direct) voorafgaand aan de overdracht (verkrijging) moeten de betreffende onroerende zaken gebruikt zijn voor de uitvoering van diensten van algemeen economisch belang.
Andere onroerende zaken, bijvoorbeeld woningen die geen rol hebben bij de DAEB of bedrijfsonroerendgoed, vallen niet onder deze nieuwe vrijstelling.
Vanwege de voorgestelde nieuwe vrijstelling voor woningcorporaties is het niet langer noodzakelijk dat woningcorporaties van de hierboven genoemde vrijstelling voor taakoverdracht gebruik maken. Daarom bestaat het voornemen om deze vrijstelling te wijzigen in die zin dat de vrijstelling niet langer van toepassing is wanneer bij een taakoverdracht een koopsom wordt bedongen. Met die voorgenomen wijziging in het Uitvoeringsbesluit zou moeten worden voorkomen dat woningcorporaties in voorkomende gevallen een beroep op twee vrijstellingen kunnen doen: enerzijds de voorgestelde vrijstelling voor woningcorporaties en anderzijds de vrijstelling voor taakoverdracht tussen ANBI’s. Hiermee worden uitvoeringslasten voor de Belastingdienst voorkomen doordat er niet onnodig een beroep op twee vrijstellingen kan worden gedaan. Deze maatregel zal meelopen in het Eindejaarsbesluit 2026.
Met de voorgestelde maatregel wordt het tarief voor niet-hoofdverblijfwoningen (het zogeheten algemeen woningtarief), zoals huurwoningen van investeerders in de overdrachtsbelasting per 1 januari 2027 verlaagd van 8% naar 7%. Dit tarief geldt voor de verkrijging van woningen in de gevallen waarin de verkrijger de woning niet zelf (anders dan tijdelijk) als hoofdverblijf gaat gebruiken (hierna: niet-hoofdverblijfwoningen). Het doel van de verlaging is het investeringsklimaat op de huurmarkt te verbeteren en het aanbod van huurwoningen, waaronder nieuwbouw te stimuleren. De startersvrijstelling en de overige bestaande tarieven, zoals het verlaagde tarief van 2% voor woningen die wel door de verkrijger zelf als hoofdverblijf worden gebruikt (hierna: hoofdverblijfwoningen), blijven ongewijzigd.
Omzetbelasting (BTW)
Voor de omzetbelasting zijn er geen noemenswaarde voorstel. Een voorstel die slechts indirect effect kan hebben is de afschaffing van het verlaagde btw-tarief voor sierteeltproducten.
Per 1 januari 2028 is de levering van sierteeltproducten (bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerij-producten) belast tegen het reguliere btw-tarief. Tot en met 2027 is hierop nog het verlaagde btw-tarief van 9% van toepassing.
Volgens de toelichting leidt deze maatregel tot een budgettaire opbrengst, een doelmatiger en eenvoudiger belastingstelsel en consistentere belastingheffing. De voorgestelde wijziging is volgens de toelichting een beweging naar een meer uniform btw-tarief, dat de doelmatigheid van de btw als belastingmiddel ten goede komt.
Daarnaast heeft deze maatregel een negatieve impact voor de detailhandel en specialistische bloemenwinkels (waarvan het aantal al enkele jaren dalende is). Volgens de toelichting is niet uit te sluiten dat enkele hiervan als gevolg van deze maatregel de deuren zullen moeten sluiten. Indirect kan deze maatregel doorwerken in de aanschaf van bloemetjes voor het personeel (in relatie tot de € 25-regeling onder de werkkostenregeling) of de investeringen in groenvoorzieningen.
Afronding
Wij houden de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Vanzelfsprekend horen wij het graag als er vragen of opmerkingen zijn. Neem gerust contact op met uw vaste aanspreekpunt of via [email protected].
Let op: de maatregelen zijn gebaseerd op het pakket Belastingplan 2027, dat op Prinsjesdag 2026 is ingediend, en kunnen tijdens de parlementaire behandeling nog wijzigen.