De inzet van zzp’ers en flexibele arbeid beweegt zichtbaar richting een nieuw evenwicht. Drie ontwikkelingen spelen daarin tegelijk en versterken elkaar: de huidige toepassing van de Wet DBA in combinatie met jurisprudentie, de aankondiging van de Zelfstandigenwet en de invoering van de Wet meer zekerheid flexwerkers.
De huidige praktijk: Wet DBA en invulling via rechtspraak
De Wet DBA vormt nog steeds het fiscale uitgangspunt voor de beoordeling van arbeidsrelaties. Sinds 1 januari 2025 wordt daarop weer actief gehandhaafd en in 2026 is de overgangsfase grotendeels voorbij: naheffingen en boetes zijn daarmee weer reële instrumenten.
Op zichzelf is het wettelijke kader niet wezenlijk veranderd. Tegelijk is de toepassing ervan in de praktijk wél verduidelijkt door de invulling vanuit de jurisprudentie. Belangrijkste arresten zijn de welbekende inzake Deliveroo en Uber. De kern ligt daarbij in de beoordeling van de feitelijke samenwerking: niet het contract of de gekozen vorm is doorslaggevend, maar hoe partijen daadwerkelijk met elkaar werken. Ook is meer inzicht verschaft over de elementen die van belang zijn bij de beoordeling van de arbeidsrelatie.
De rechtspraak blijft daarbij in ontwikkeling, waarmee de toetsingskaders ook steeds concreter worden toegepast. Het meest recente voorbeeld is het Temper‑arrest van juni 2026. In de Temper zaak oordeelde het gerechtshof dat werkenden via het platform geen zzp’er zijn, maar als uitzendkracht moeten worden aangemerkt. Doorslaggevend was dat het platform een actieve rol speelt in de organisatie van het werk, terwijl de werkenden weinig ondernemersrisico lopen en feitelijk onderdeel zijn van de operationele inzet bij opdrachtgevers.
De betekenis daarvan reikt verder dan platformarbeid alleen. De rechtspraak maakt duidelijk dat bij structurele inzet, operationele werkzaamheden en beperkte zelfstandigheid, de kans op herkwalificatie richting arbeidsovereenkomst of uitzendrelatie aanzienlijk toeneemt. De ruimte om binnen bestaande kaders flexibel te organiseren, wordt daarmee feitelijk kleiner. Desondanks is en blijft die ruimte er wel, maar dient dit goed te worden georganiseerd en worden vastgelegd.
De volgende stap: de aankomende Zelfstandigenwet
Tegelijk werkt het kabinet aan een volgende fase in de regulering van zelfstandige arbeid. De eerder voorgestelde verduidelijking binnen de VBAR is ingetrokken, om plaats te maken voor een bredere herziening in de vorm van de Zelfstandigenwet. Een eerste versie van die wet wordt rondom de zomer verwacht.
Die wet moet meer duidelijkheid bieden over wanneer sprake is van echte zelfstandigheid en wanneer niet. In afwachting daarvan blijft de huidige toetsing gelden. Wel een het onderdeel rechtsvermoeden bij lage tarieven uit de VBAR aangenomen, dat de positie van kwetsbare zelfstandigen moet versterken.
Flexibele arbeid: van oproep naar voorspelbaarheid
Parallel aan de ontwikkelingen rondom zzp’ers verandert ook het speelveld van flexibele arbeid in loondienst. Met het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers, dat inmiddels door de Tweede Kamer is aangenomen, wordt ingezet op meer voorspelbaarheid en minder structurele onzekerheid.
Een van de meest zichtbare wijzigingen is de vervanging van het nulurencontract door het zogenoemde bandbreedtecontract. Daarin worden afspraken gemaakt over een minimum en maximum aantal uren, waarbij de ruimte beperkt blijft tot in principe maximaal 30% afwijking van het afgesproken basisuren. Daarmee verschuift het uitgangspunt van oproepbaarheid naar een zekere mate van gegarandeerde inzet. Voor werkgevers vermindert dit echter de flexibiliteit. Als u veel gebruik maakt van oproepcontracten, vraagt dit bijzondere aandacht.
Daarnaast wordt de ketenregeling aangescherpt, waarbij er 3 jaar tussen arbeidscontracten dient te zitten alvorens de nieuwe keten start.
De invoering van de verschillende onderdelen van de wet vindt gefaseerd plaats, waarbij het bandbreedtecontract en de ketenregeling op zijn vroegst per 1 januari 2028 van kracht worden.
Tot slot
De ontwikkelingen rond zzp’ers en oproepcontracten laten zich niet als losse maatregelen begrijpen, maar als één samenhangende koers. Belangrijk is dat er blijvende aandacht is voor het inzetmodel en het proces rondom de inzet van flexibele arbeid. We gaan graag met u het gesprek aan wat hiervoor het beste past voor uw organisatie.