Afschaffing verlaagd btw-tarief sierteelt: ook relevant voor gemeenten en provincies

In de beantwoording van Kamervragen over het afschaffen van het verlaagde btw-tarief op sierteelt heeft Eelco Eerenberg, staatssecretaris van Financiën, bevestigd dat het kabinet het verlaagde tarief voor sierteelt wil beëindigen en dat daarbij ook is gekeken naar de gevolgen voor onder meer vergroening van de publieke ruimte. De beantwoording is op 1 juni 2026 aan de Tweede Kamer gestuurd met de daarbij behorende aanbiedingsbrief.

Voor gemeenten en provincies is vooral het antwoord op vraag 10 relevant. Daarin merkt de staatssecretaris op dat btw-uitgaven voor openbaar groen voor gemeenten en provincies in beginsel onder het BTW-compensatiefonds compensabel zijn en dat het verschuiven van sierteelt naar het algemene btw-tarief daarom volgens hem niet tot een hogere btw-last leidt.

Die opmerking is op zichzelf begrijpelijk vanuit de systematiek van het BTW-compensatiefonds, maar zij vertelt wat ons betreft niet het hele verhaal. Ook als de btw op de aanschaf van sierteeltproducten voor openbaar groen kan worden gecompenseerd, betekent dat nog niet dat gemeenten en provincies per saldo géén financieel nadeel ondervinden. Naar onze mening moet daarbij juist ook worden gekeken naar het effect op de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds en naar andere fiscale neveneffecten buiten het fonds.

De achtergrond

Het kabinet wil met ingang van 1 januari 2028 het verlaagde btw-tarief voor sierteelt afschaffen, waardoor op de verkoop van sierteeltproducten het algemene btw-tarief van toepassing wordt. In de beantwoording van de Kamervragen wordt toegelicht dat de geraamde jaarlijkse opbrengst van deze maatregel in de Voorjaarsnota op € 328 miljoen is gesteld. Die raming is gebaseerd op btw-bestanden van het CBS en sluit aan bij de gebruikelijke ramingsafspraken met het CPB, waarbij bij btw-tariefswijzigingen in de ex-ante beleidsraming geen expliciete gedragseffecten worden meegenomen.

Wat zegt de staatssecretaris over gemeenten en provincies?

Voor gemeenten en provincies is het meest in het oog springende onderdeel het antwoord op vraag 10 over vergroening van stedelijk gebied en de publieke ruimte. De staatssecretaris onderkent daarin het belang van vergroening, maar stelt dat een generieke btw-verlaging geen doelmatig instrument is om dat beleidsdoel te realiseren. Hij wijst er daarnaast op dat veel gemeenten, provincies en waterschappen al gerichte subsidies inzetten voor vergroeningsmaatregelen.

Vervolgens maakt de staatssecretaris de voor decentrale overheden relevante opmerking dat btw-uitgaven voor openbaar groen voor gemeenten en provincies onder het BTW-compensatiefonds compensabel zijn. Daarom zouden gemeenten en provincies door de overgang van sierteelt naar het algemene btw-tarief volgens hem niet met een hogere btw-last worden geconfronteerd.

Formeel geen hogere btw-druk, maar per saldo wel financieel effect

Die redenering is vanuit een strikt btw-technisch perspectief te volgen: als de btw op uitgaven voor openbaar groen volledig compensabel is, drukt de btw in zoverre niet rechtstreeks op de begroting van de individuele gemeente of provincie. Maar dat betekent nog niet dat de maatregel macrobudgettair neutraal uitwerkt voor decentrale overheden.

Wanneer gemeenten en provincies meer btw compenseren via het BTW-compensatiefonds, neemt de ruimte onder het plafond van dat fonds af. Juist die ruimte is relevant, omdat decentrale overheden in hun begroting rekening mogen houden met de gerealiseerde ruimte onder het plafond. In de recente circulaire over de begroting 2027 is bovendien expliciet gemeld dat de totale ruimte onder het plafond van 2025 met € 213 miljoen is verlaagd, van € 428 miljoen naar € 216 miljoen

Tegen die achtergrond is de opmerking dat het hogere btw-tarief “niet tot een hogere btw-last leidt” naar onze mening te beperkt geformuleerd. Op het niveau van de individuele factuur kan de btw weliswaar compensabel zijn, maar op macroniveau betekent méér compensatie ook dat het overschot in het BTW-compensatiefonds verder onder druk kan komen te staan. Voor gemeenten en provincies kan dat per saldo alsnog leiden tot een financieel nadeel.

Ook buiten het BCF kunnen kosten oplopen

Daarnaast zijn er situaties waarin de afschaffing van het verlaagde btw-tarief op sierteelt óók buiten de sfeer van openbaar groen effect heeft. Denk bijvoorbeeld aan bloemen of planten die worden aangeschaft als personeelsattentie, relatiegeschenk, representatie-uitgave of voor interne voorzieningen. In zulke gevallen speelt het BTW-compensatiefonds niet altijd, of in elk geval niet op dezelfde manier, terwijl de hogere btw wel degelijk doorwerkt in de kostprijs.

Voor gemeenten en provincies kan daarnaast een hoger btw-bedrag indirect effect hebben binnen de werkkostenregeling. Als een verstrekking als eindheffingsloon wordt aangewezen, telt de waarde inclusief btw mee voor de vrije ruimte. Een hoger btw-tarief verhoogt dan dus ook de fiscale loonsomdruk binnen de vrije ruimte, met als risico dat sneller de 80%-eindheffing in beeld komt als die vrije ruimte wordt overschreden.

Ook de regeling voor kleine geschenken wordt hierdoor feitelijk krapper. Omdat in de beoordeling van de grens van € 25 (dit bedrag is nooit geïndexeerd sinds de invoering van de WKR) de btw is inbegrepen, blijft er bij een hoger btw-tarief minder netto ruimte over voor het geschenk zelf. Voor decentrale overheden die geregeld bloemen of planten verstrekken in een representatieve of sociale context is dat een praktisch aandachtspunt.

Gevolgen voor de praktijk

Voor gemeenten en provincies is het dus van belang om de voorgenomen afschaffing van het verlaagde btw-tarief op sierteelt niet alleen te bekijken vanuit de vraag of btw voor openbaar groen compensabel is. Minstens zo relevant is de vraag wat de maatregel doet met de collectieve ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds, zeker nu die ruimte al aanzienlijk is afgenomen.

Daarnaast is het verstandig om onderscheid te maken tussen:

  • uitgaven voor openbaar groen die in beginsel via het BTW-compensatiefonds lopen;
  • uitgaven voor attenties, relatiegeschenken en personeelsvoorzieningen, waarbij andere fiscale regels een rol spelen;
  • en uitgaven die mogelijk via subsidies, aanbestedingen of andere begrotingsposten zijn ingebed en daardoor breder financieel effect hebben.

Voor de praktijk betekent dit dat gemeenten en provincies hun inkoopstromen rondom bloemen, planten en andere sierteeltproducten opnieuw tegen het licht doen. Daarbij verdient het aanbeveling om niet alleen naar de btw-compensatie te kijken, maar ook naar de gevolgen voor het begrotingsbeeld, de vrije ruimte van de werkkostenregeling en de bredere fiscale verwerking van deze uitgaven.

Per saldo is de boodschap daarom dat de afschaffing van het verlaagde btw-tarief op sierteelt óók voor gemeenten en provincies relevant is, zelfs als de btw op openbaar groen technisch compensabel blijft.


deel deze pagina
Naar het overzicht
  • Home
  • Nieuws
  • Afschaffing verlaagd btw-tarief sierteelt: ook relevant voor gemeenten en provincies